Diervriendelijk tuinieren: tijd voor actie (deel 4)

Door Maarten Wielandts - 28-11-2019 in Diervriendelijke tuininrichting
0 reacties

Diervriendelijk tuinieren: tijd voor actie (deel 4)

Diervriendelijk tuinieren: tijd voor actie (deel 4)

In dit deel gaan we bekijken hoe we onze tuin diervriendelijk kunnen maken. In de voorgaande delen hebben we namelijk genoeg basiskennis opgedaan om te begrijpen waarom bepaalde zaken belangrijk zijn in de tuin, maar vooral om te begrijpen dat we keuzes moeten maken. Bij het inrichten van een tuin hebben we natuurlijk een aantal beperkingen waar we rekening mee moeten houden.

Een tuin is geen oneindige oppervlakte.

In de eerste plaats ben je natuurlijk beperkt in ruimte. Steeds meer mensen gaan in een stad wonen met geen of een kleine tuin. Zelfs buiten de stand zijn de meeste tuinen beperkt in oppervlakte. En in die ruimte willen we een plek om te zitten en te eten, iets moois om naar te kijken, een stukje gazon om op te spelen en een ruimte om tuinmateriaal en fietsen in op te bergen. De ruimte die je dan effectief kan gebruiken om iets terug te doen voor de natuur is beperkt.

In de eerste plaats is het dus belangrijk om elke m² die je hebt kritisch te bekijken om zo zoveel mogelijk uit je tuin te halen. Een hoek in het terras kan plaats bieden voor een pot met bloemen of struik/kleine boom, een stuk gazon dat je niet vaak gebruikt kan ook border worden of een stukje bloemenweide.

Denk niet alleen in horizontale oppervlaktes maar ook verticaal. Muren of afscheidingen kan je gebruiken voor klimplanten, een pergola boven je terras met klimplanten zijn verschillende m² bloemen dat je extra aan de natuur kan geven. Zo haal je echt het meeste uit de tuin.

Hoe meer elementen die goed zijn voor de natuur die je in je tuin integreert, hoe beter. Maar belangrijk is dat je tuin ook duurzaam is. Niet alleen in gebruikte materialen maar vooral in levensduur. Het heeft geen zin om een tuin in te richten voor de natuur, als je er zelf niet gelukkig van gaat worden. Want de kans is groot dat je na een paar jaar de helft, of zelfs meer, er terug gaat uithalen. En dan heb je dus eerst dieren naar je tuin gelokt, om ze daarna hun leefwereld af te nemen.

Dus als die vlinderstruik je echt gelukkig maakt, zet hem er in. Zijn hortensia’s jouw ding, doe maar. Plant die Japanse esdoorn met zijn mooie bladkleuren als je die graag ziet.

Maar besef wel het volgende, meestal is jouw tuin enkel iets waar je naar zal kijken. En ook al zullen veel mensen hun tuin regelmatig gebruiken, meestal zit er niemand in. Maar voor heel veel dieren is dit wel hun leefwereld. En voor sommige zelfs hun enige leefwereld.

Ook al is het jouw tuin, hij is onderdeel van de natuur. En dat maakt je ook verantwoordelijk voor dat stukje natuur. Draag er zorg voor en hou er rekening mee, geef de natuur ook zijn plaats in jouw tuin. En liefst zo veel mogelijk natuurlijk.

Iets doen voor de natuur is keuzes maken.

Het meest spijtige aan iets voor de natuur willen doen, zowel in je eigen tuin als in een natuurgebied, is dat je keuzes moet maken. Elke actie die je onderneemt bevooroordeelt een groep planten en dieren ten opzichte van een hoop andere.

En ook niets doen is ook een keuze maken die een bepaalde soort natuur bevooroordeelt. En wanneer men denkt dat hier dan de natuur aan het stuur zit, is er aan voor de moeite. Door de vervuiling door de mens van lucht, bodem en grondwater en de stikstofdepositie dwingen we de natuur versneld in een bepaalde richting. De natuur past zich enkel aan aan de omgeving die wij hebben gecreëerd, ze is niet ‘echt’ vrij zolang we zo’n grote invloed uitoefenen op het klimaat en omgeving.

En dit omdat de natuur nu eenmaal zo complex is. De natuur is een verzameling van een aantal planten en dieren die generalist zijn geworden en die zich kunnen handhaven in verschillende omgevingen. Maar veruit de grote groep zijn specialisten die slechts voorkomen onder bepaalde omstandigheden.

Door voluit te gaan voor een bostuin zal je veel minder bestuivers aantrekken dan met een bloemrijke tuin. Maar dat is wel minder leuk voor een groot aantal vogels en zoogdieren. Het gaat zelfs zo ver dat het kiezen tussen bijvoorbeeld een wilg of een eik als boom in de tuin voor heel veel dieren zal bepalen of jouw tuin geschikt is voor hun of niet. Beide soorten bomen huisvesten een hoop insecten die (bijna) alleen maar voorkomen op die boomsoort.

Dat moeten kiezen is echt niet leuk, want alle natuur kan hulp gebruiken. Maar als we dan toch besloten hebben om onze tuin natuurvriendelijk te maken, is het uitermate belangrijk om een weloverwogen keuze te maken en niet zomaar lukraak van alles in de tuin aan te planten.

Alle voorgaande delen van deze serie zijn eigenlijk geschreven om jullie te helpen een doordachte keuze te kunnen laten maken.

Hoe maak je een doordachte keuze?

De eerste keuze die je moet maken is of je een tuin wilt die een zo groot mogelijke variatie aan dieren wil aantrekken of eerder een tuin voor specialisten.

De eerste keuze klinkt aanlokkelijk, hoe meer leven hoe beter toch? Maar meestal zal je zo de generalisten aantrekken, niet dat die slecht zijn, maar algemeen genomen zullen zij minder bedreigd zijn.

De specialisten onder de dieren staan er minder goed voor en daarom kan je veel zeldzame of zelfs met uitsterven bedreigde dieren terug vinden in deze groep. Zij hebben dus in principe het meeste nood aan ‘sociale zekerheid’. Maar iets willen doen voor een gespecialiseerd dier is niet evident, ze hebben heel specifieke eisen die niet altijd gerealiseerd kunnen worden in een tuin. En zo beperkt je je natuurlijk heel hard in welke planten je kan aanplanten, ze hebben meestal een heel specifieke voorkeur.

Daar veel specialisten relatief zeldzaam zijn kan je ze pas helpen als ze al in de buurt aanwezig zijn. In je tuin sleedoorn planten om de sleedoornpage aan te trekken zal enkel succesvol zijn als die sleedoornpage in de omgeving is.

Gelukkig zijn er mogelijkheden om te achterhalen welke dieren er in jouw buurt voorkomen en waar je dus je beplanting op kan aanpassen. Als je zelf wat kennis hebt van de natuur, kan eigen observatie heel wat informatie geven. Ben je echter nieuw in een bepaalde buurt of heb je zelf niet de nodige kennis om soorten te onderscheiden, dan kan je altijd eens kijken op de website www.waarnemingen.be (of www.waarnemingen.nl).

Op deze website geven heel veel natuurliefhebbers waarnemingen van planten en dieren in. De website bestaat al een lange tijd en bevat dus een schat aan informatie. Op deze website kan je ook makkelijk zien of een soort zeldzaam is of niet.

De kans is groot dat voor jouw buurt niet voldoende gegevens beschikbaar zijn, ook al zijn er heel wat mensen die waarnemingen ingeven. Vogels zijn relatief makkelijk te herkennen en vogels spotten is heel populair. Daar kan je heel veel informatie over terugvinden. Maar niet in elke gemeente is er iemand die in zijn vrije tijd op zoek gaat naar bijen, wespen of (nacht)vlinders. Maar dat is dan misschien een stimulans om dit zelf te gaan doen? Dan kunnen in de toekomst collega’s tuiniers makkelijker hun tuin aanpassen aan de aanwezige diersoorten in de omgeving.

Mijn tuin als voorbeeld.

Laten we starten met een praktisch voorbeeld, mijn eigen tuin. Mijn tuin is heel beperkt in oppervlakte, slechts 30m² groot waarvan ¼ terras is. Dus mijn mogelijkheden zijn beperkt.

Als doelgroep voor mijn tuin heb ik gekozen om wilde bijen te helpen, maar niemand in mijn directe omgeving was actief bezig met het determineren van wilde bijen. Dus kon ook niet direct nuttige informatie halen uit www.waarnemingen.be. Dus bij plantenkeuze heb ik vooral gekozen om te gaan voor zo veel mogelijk variatie. Zo kon ik een beetje vanalles aantrekken en dan later specifieke planten toevoegen voor soorten die ik extra wou helpen.

Gelukkig was mijn grasperkje al meer onkruid dan gras, maar om nog meer bloemen toe te voegen heb ik witte klaver en margriet ingezaaid. Die witte klaver was al direct een schot in de roos, daar ik hiermee de zeldzame klaverdikpootbij heb waargenomen in mijn tuin.

In de sierborders heb ik bewust gekozen voor weinig planten van de zelfde soort maar vooral voor variatie. Niet alleen om bloeiperiode te spreiden maar ook te kiezen voor verschillende bloemvormen (denk aan het stuk over de lengte van de tong). De plantenkeuze was een mix van echte sierplanten aangevuld met inheemse bloemen.

Om de bloeiperiode zo lang mogelijk te maken en omdat wilde bijen al actief worden vanaf midden februari, heb ik ook wat struiken voorzien. Zo stond er al een boswilg in waar ik heel blij mee ben. Voor veel hommels en vroege soorten wilde bijen is dit een super belangrijke bron van nectar en stuifmeel. Als extra boom heb ik gekozen voor een krentenboom en vanachter in de tuin staan 2 struiken (sporkehout).

Ook al is het thema wilde bijen, mijn plantenkeuze is ook goed voor een hoop andere dieren. Die bloemen geven ook nectar aan andere insecten zoals wespen en (nacht)vlinders. En bloemen zoals grote kattenstaart, kaasjeskruid en venkel zijn waardplanten voor bepaalde vlinders.

De wilg is niet alleen belangrijk voor wilde bijen, het is ook de boomsoort die het grootste aantal verschillende soorten insecten aantrekt. Dus hiermee scoorde ik op verschillende vlakken. En ook al is mijn krentenboom een uitheemse plant, hier heb ik toch ook de rups van de kleine wintervlinder op gevonden. De bloemen zijn in trek bij bijen en de bessen bij vogels.

En door een paar bomen en struiken te voorzien heb ik ook een omgeving gecreëerd die vogels een veilig gevoel geven. Zeker in de winter vliegen er een hoop mezen aan en af naar het vogeleten dat ik in de bomen heb gehangen. Het roodborstje pikt de zaden van op de grond en de familie merels komen ook regelmatig op bezoek. En ‘Fat Tony’ (een gezette houtduif) test veelvuldig de sterkte van mijn afscheiding.

Ondertussen heb ik een jaar de tijd gehad om te observeren en heb ik al wat wijzigingen doorgevoerd. Zo was er spontaan een Jacobskruiskruid in mijn border verschenen en daar kwamen ongelooflijk veel insecten op af waaronder veel tronkenbijen. En dat staat dan in schril contrast met het aantal insecten dat naar mijn Echinacea’s komen. Geen beter voorbeeld dus voor inheems vs cultivar.

Het resultaat is dus dat ik een aantal sierplanten heb vervangen door inheemse planten. Iets minder Echinacea’s en siergrassen, alsook een paar planten eruit die het moeilijk hadden om te floreren in mijn grond. Deze zijn dan vervangen door o.a. betonie, knoopkruid en wilde reseda. Die laatste is er specifiek gekomen omdat ik op 1 km van mijn tuin de Resedamaskerbij hebt gespot. En deze bij is gespecialiseerd op het verzamelen van stuifmeel van de wilde reseda.

Deze afgelopen maanden heb ik ook op veel plaatsen in mijn buurt klimop in bloei gezien en dus ook de klimopbij in actie gezien. Twee snoeivormen van de Ilex crenata zullen nu plaats maken voor twee exemplaren van de struikklimop.

En zo is er een bevestiging van het cliché dat een tuin nooit af is. En allicht zal ik dit jaar ook weer nieuwe ontdekkingen doen en zo extra planten toevoegen om een bepaalde soort een duwtje in de rug te geven.

Ik ben nu alvast gestart met het potentieel te verhogen van mijn tuin door bloembakken op het terras te plaatsen en klimplanten naast mijn afscheiding te plaatsen.

Generalisatie vs specialisatie.

En zo komen we terug bij die eerste alinea’s die ik heb geschreven voor deze reeks over diervriendelijk tuinieren. Deze gingen specifiek over de top 10 lijstjes die je overal op het internet kan vinden met planten die je tuin diervriendelijk maken.

Een aandachtige lezer van deze serie zal ondertussen door hebben dat die vlinderstruik, lavendel, zonnehoed (Echinacea) en verbena (Verbena bonariensis) helemaal niet inheems zijn en enkel voldoen aan de noden van volwassen insecten. Maar deze planten staan meestal in zo’n lijstjes.

Er komen bijna 400 soorten wilde bijen in België en Nederland voor. Ongeveer 70 soorten dagvlinders en meer dan 2000 soorten nachtvlinders. En de meeste van deze insecten zijn gespecialiseerde insecten die afhankelijk zijn van één of een beperkte groep planten. Geen enkel lijstje zal volstaan om deze soorten te helpen.

Door zo’n lijstje te volgen maak je bijna automatisch van je tuin een adult only snackbar voor generalisten. Om iets te doen voor de specialisten, die in de meerderheid zijn, moet je wat dieper graven.

Het is echter de moeite om je tuin ook (deels) in te richten voor de specialisten en niet alleen omdat ze het nodig hebben. Een tuin voor generalisten zal niet veel specialisten aantrekken, maar een tuin voor specialisten zal voor veel generalisten ook interessant zijn. Dus je trekt meer leven aan, maar je moet er wel wat extra onderzoek voor over hebben.

In het laatste deel maak ik een overzicht met wat algemene richtlijnen die je kan volgen om je tuin in te richten voor specifiek vogels, (nacht)vlinders en wilde bijen.

Lees de andere delen:
Diervriendelijk tuinieren: meer dan lijstjes volgen. (deel 1)
Diervriendelijk tuinieren: ga niet voor de adult only snackbar. (deel 2)
Diervriendelijk tuinieren: de impact van het oog en de tong op plantenkeuze (deel 3) 
Diervriendelijk tuinieren: tijd voor actie (deel 4)
Diervriendelijk tuinieren: praktische tips voor vogels en vlinders (deel 5a)
Diervriendelijk tuinieren: praktische tips voor nachtvlinders en wilde bijen (deel 5b)


Maarten Wielandts
Eat Sleep Garden Repeat 
Volg me op Facebook.

1 personen vinden dit leuk

Heb je een opmerking of aanvulling? Reageer dan op dit bericht

Om te reageren moet je ingelogd zijn.
Nog geen account? Registreer je dan op Tuindingen.

De tuindingen nieuwsbrief

Ontvang iedere week de leukste en groenste nieuwsbrief vrijblijvend in je mailbox

Tuindingen op social media

Volg ons op Social Media voor elke dag nieuwe posts met de laatste tuindingen informatie.

Facebook Twitter Instagram Youtube Pinterest
sitemap | contact | webdesign dotsolutions